Meer info over Cees Fasseur

Biografie

Fasseur volgde de lagere school te Leiden en studeerde van 1957 tot 1965 geschiedenis en rechten aan de Universiteit Leiden, waar hij lid was van het Leids Historisch Dispuut Robert Fruin. Hij was studiegenoot van prinses, later koningin Beatrix. Tussen 1963 en 1965 was hij doctoraalassistent strafrecht aan diezelfde universiteit. Vervolgens was hij tot 1986 raadadviseur voor de wetgeving aan het ministerie van Justitie. Gedurende en ook na die periode hield hij zich bezig met abortuswetgeving, euthanasiewetgeving en de nieuwe politiewet. Van 1977 tot 1986 was hij daarnaast bijzonder hoogleraar vanwege het Leids Universiteits Fonds (LUF) in de Geschiedenis van de Europese Expansie. Fasseur deelde als ambtenaar op het Ministerie van Justitie een kamer met Dries van Agt. Toen deze later als minister van justitie onder vuur kwam te liggen wegens zijn volgens sommigen slappe opstelling in de zaak-Menten, bereidde Fasseur Van Agts verdediging voor. Tijdens het kamerdebat in februari 1977 zat hij gevoelsmatig tussen twee vuren, omdat hij Van Agt niet mocht afvallen, maar hij anderzijds bewondering had voor de debatteerkunst van Aad Kosto, die met hem op de middelbare school had gezeten.

Tussen 1986 en 2001 was Fasseur hoogleraar aan de Universiteit Leiden in de geschiedenis van Zuidoost-Azië, in het bijzonder van Indonesië en zijn betrekkingen tot Nederland. Tot zijn promovendi behoren Vincent Houben en Wim van den Doel. In De Indologen. Ambtenaren voor de Oost 1825-1950 gaf hij een schets van honderd jaar Indisch ambtenarenonderwijs die toont hoe de telkens veranderende opleiding de koloniale mentaliteit weerspiegelde. In 2002 werd hij raadsheer bij het gerechtshof te Amsterdam.

Publicaties

Fasseur heeft verscheidene publicaties over de Nederlands-Indische geschiedenis op zijn naam staan en is vooral bekend geworden door zijn tweedelige biografie over Koningin Wilhelmina. Hierin gaf Fasseur een kritische visie op de beschuldigingen van Nanda van der Zee, die Wilhelmina lafheid en ongrondwettelijk gedrag had verweten. In augustus 2005 werd bekend dat Fasseur een monografie zou schrijven over de Greet Hofmans-affaire. Hij kreeg hiervoor toegang tot het Koninklijk Huisarchief, het privé-archief van het koningshuis.

Klik hier om in te schrijven op zijn lezing.

Het boek verscheen op 11 november 2008 onder de titel Juliana & Bernhard, met als bijlage het rapport van de commissie Beel. Dat Fasseur ermee heeft ingestemd dat hij als enige toegang kreeg tot relevant bronnenmateriaal, wordt hem door sommige collega-historici kwalijk genomen. Onder hen is Lambert Giebels, die juist onderzoek naar de Greet Hoffmans-affaire verrichtte. Omdat andere historici geen toegang krijgen tot alle bronnen is, naar sommigen beweren, een wetenschappelijke toets (nog) niet goed mogelijk.[1] Over de kwestie werden in de Tweede Kamer vragen gesteld door onder andere Ella Kalsbeek. Premier Balkenende antwoordde hierop dat, daar het om een particulier archief gaat, het aan de eigenaar ervan, koningin Beatrix, is om te beslissen wie zij toegang geeft. Groene-redacteur Aart Brouwer stelde daarentegen dat het archief "voor een deel politiek relevant" is; volgens hem is Beatrix' keuze om juist Fasseur toegang tot haar archief te geven het "stevige pro-Oranjestandpunt" dat Fasseur in zijn biografie van Wilhelmina innam en de wens om tegenwicht te bieden aan het uiterst kritische Prins Bernhard, een politieke biografie van Wim Klinkenberg uit 1979. Overigens werd Fasseur na verschijning van het boek ook verweten - onder anderen door Elsbeth Etty - dat hij te veel partij koos voor Prins Bernhard. Fasseur stelde daartegenover dat Bernhards optreden tijdens de Hofmans-crisis ertoe geleid heeft dat het koninklijk gezin intact bleef.